Delen

Opinie in FD

11 juni plaatste het Financieel Dagblad mijn opiniestuk over de veranderingen op de woningmarkt die het ‘nieuwe normaal’ oproept.

Een paar maanden geleden was de woningmarkt nog een ‘overzichtelijke’ crisis. Met, op papier, ‘overzichtelijke’ oplossingen (1 miljoen woningen bouwen!). Nu de intelligente lockdown stap voor stap wordt afgebouwd, blijkt thuiswerken van een gedwongen noodzaak voor velen een gewenst nieuw normaal. Plotseling is de woning ook deels kantoor geworden.

Dit dwingt ons op een fundamenteel andere manier te kijken naar de woningcrisis. In plaats van ‘blind’ doorbouwen moeten we stilstaan bij wat de maatschappij in brede zin van de woningbouw vraagt. Die vraag gaat nu niet meer alleen over wonen, maar juist over de samenhang in de hele gebouwde omgeving: wonen, werken én infrastructuur. 

Want wat moet je als groot bedrijf straks met je glimmende hoofdkantoor als de helft ervan structureel leeg staat? Zijn de investeringen in OV en asfalt dan nog wel nodig? En wat betekent dat voor de huizen die we nodig hebben? Moeten die groter zijn, met extra kamers? Hoe worden die extra meters dan betaald, en door wie? Gaan we het overschot aan vierkante meters kantoor dat daarmee ontstaat ombouwen naar wonen?

Deze vragen zijn niet te beantwoorden door alleen woonwijken en woningen uit de grond te stampen. Het nieuwe normaal vraagt om gemengde leefomgevingen. Lees: woon- én werkomgevingen, waar beide functies intelligent gemixt kunnen worden op gebouw-, wijk- en stadsniveau. Dat vraagt om ontwikkelmodellen die de werkende bewoners, maar ook organisaties, in staat stellen om te wonen en te werken in een persoonlijke balans. Om een open stedenbouw en planologie die daarvoor ruimte biedt. En, voor mij als architect, om ontwerpen die een robuust en betekenisvol ruimtelijk raamwerk bieden waarin het stedelijk leven van wonen én werken kan landen.

Met precies dit soort onderwerpen hebben we in de vorige (financiële) crisis uitgebreid geëxperimenteerd. Het was de vurige wens om weer terug naar normaal te gaan, waardoor we te weinig van die experimenten hebben geleerd.

Nu we langzaam uit de lockdown komen moeten we niet ‘terug naar normaal’ willen. We moeten juist intelligent met elkaar gaan nadenken over wat deze gamechanger voor de ontwikkeling van de stad betekent.