Delen

beeldblog: Alt Erlaa

Ten zuidwesten van het centrum van Wenen ligt de Siedlung Alt Erlaa. Een soort Bijlmer, maar dan op steroïden. Anders dan de Bijlmer (of juist daardoor) is ze nog altijd mateloos populair, met wachttijden van 8 jaar voor wat nog steeds sociale woningen zijn. 

De ongeveer 20 verdiepingen hoge geschakelde torens staan in rijen in een glooiend landschap. Een metrostation met een winkelcentrum er aan verbind het complex rechtstreeks met het stadscentrum. 

De torens zijn opgebouwd uit een naar onderen uitlopend deel met groene terrassen, met daarboven een herhaling van dezelfde verdiepingen met een gevel die een zaagtand motief heeft door uit het gevelvlak stekende balkons. Het onderste deel van de toren vormt zo een vloeiende overgang tussen het groene park tussen de torens, waar scholen, kinderdagverblijven en speeltuinen in zijn ingepast.

Waar het grote gebaar van de toren op stedebouwkundig niveau groots is, valt van dichtbij het ‘houtje-touwtje’ karakter op van hoe de torens zijn gebouwd. Dit is geen ‘high end’ architectuur, met ‘strakke details’, maar een pragmatische en doelgerichte manier van bouwen die er op gericht is om met beperkte middelen een maximaal effect te realiseren. Simpele prefab betonnen consoles dragen kunststof bakken waar planten in kunnen groeien. De betonnen wanden zijn afgewerkt met stalen profielplaten, de afvoeren zijn schijnbaar zonder veel ‘detail’ op de koppen van de wanden aangebracht. Wat alles met elkaar verbind, is dat alles wit is. Dit is geen architectuur op de vierkante mm maar architectuur die met zelfvertrouwen kiest wat waarde heeft, en die waarde op een efficiënte manier tastbaar maakt.